Apaidup, San Blas

Lonely-Planet
Mathilde en Wim
Sun 27 Jan 2013 23:27
Apaidup (Snug Harbor), San Blas Panama, 27 Januari 2013
 
De eilanden van Kuna Yala, het Kuna rijk, liggen binnen een rif en liggen dus redelijk beschut van de oceaan. Tussen het rif en het vasteland van Panama liggen eindeloos veel koraalrotsen en zandbanken.
We moeten dus zig-zaggend laveren tussen de opstakels door. Sinds kort is er een vaargids met een voorkeursroute. Ik weet niet of we het op het oog gepresteerd zouden hebben.
Her en der liggen eilanden dicht begroeid met palmbossen. De bewoonde eilanden zijn meestal overbevolkt. Vanuit de verte zie je alleen hutten met steigertjes met op het eind het “buitenhuisje”. Tussen de hutten een enkele palm.  Als je in het dorp rondloopt valt het wel mee. De hutten zijn vrij groot, vaak een paar bij elkaar (één familie?) en een “tuintje” met een bamboe schutting om het geheel. De watervoorziening is goed. Er gaan pijpleidingen van de rivieren van het vasteland naar de eilanden. Er is vrijwel geen elektriciteit. Om zes uur is de zon onder en dan is het donker in het dorp op een enkele lamp na. Om 6 uur, na zonsopgang vertrekken de kano’s naar het vasteland, naar de landbouwgrondjes langs de rivier of wordt er gejaagd of gevist. ‘s Middags keren de ulu’s terug (ongelofelijk wat een afstanden er met de kano’s afgelegd worden, ook tegen wind en golven in) en is er tijd voor sociale activiteiten, de dagelijkse vergadering van mannen in de vergader hut, het Congreso, of het bouwen van een hut. De vrouwen zijn belangrijk. De sociale inrichting is madrigaal, de man trekt in bij de familie van de vrouw.
We zijn verschillende rivieren op gepeddeld ( een motor is niet toegestaan). Wat een rust. De bouwgrondjes liggen zo verscholen in het oerwoud dat ze nauwelijks opvallen. Langs de oever ter weerszijden van de rivier op de mooiste plekjes liggen de doden begraven. Een rieten dakje op palen over een graf van klei, met daarop wat gebruiksvoorwerpen als kop en schotel en een plastic stoeltje om te gebruiken tijdens de reis van de overledene door de onderwerelden.
Ijsvogels vlogen voor ons uit van boom naar boom en zwarte otters huppelden over de graven. Er huizen ook kaaimannen, maar die hielden zich schuil. De watermaker doet het weer, maar anders hadden we water van de rivier gehaald en zouden we er de was gedaan hebben.
 
We kunnen ongestoord overal rondlopen, meestal zijn we de enige bezoekers. De mensen zijn bijzonder aardig en open. Een restaurant is er niet, maar de mensen maken eten voor je bij hen thuis. Plastic stoeltjes worden aangesleept, een klein tafeltje, een bak met water en zeep om je handen te wassen. Een kom met rijst en vis en bonen. Meubels zijn er niet en er is een aarden vloer. Er wordt geslapen in hangmatten. We zien soms wel een t.v. en schotelantenne. Onze gastvrouw liet ons trots een prachtige bloes met mola’s zien. Het maken van een kwalitatief mooie mola kost hen 5 tot 8 dagen. Tot mijn schande vroeg ik wat ze er voor wilde hebben (iedereen wil je mola’s verkopen). Ze verschoot helemaal van kleur, de mola was haar trots (en terecht) en helemaal niet te koop.
 
Af en toe doet een houten vrachtboot uit Colombia de eilanden aan. Het dorp loopt dan leeg om inkopen te doen. Kokosnoten zijn een belangrijke bron van inkomsten en dienen als ruilmiddel ($ 0.25 per kokosnoot). Verder zijn de mola’s een belangrijke bron van inkomsten. In Cartagena zagen we regelmatig tassen, die van mola’s gemaakt waren.
De mensen leven erg gezond. Er is meestal geen alcohol te krijgen (buiten de chicha, die bij speciale gelegenheden gedronken wordt), goed drinkwater en voeding is er voldoende. Wel zagen we regelmatig geestelijk gehandicapten (meer dan bij ons?) en veel albino’s. Het veel voorkomen van albino´s zou i.i.g. verband houden met inteelt in een periode dat men niet van het eiland af mocht (ik weet niet van wie en waarom). Onze oude zonnebrillen en leesbrillen zijn zeer welkom.
 
We liggen nu op een erg mooi plekje met helder water en koraal. We kunnen eindelijk weer eens snorkelen. Het water is koeler dan we gewend zijn. Het is hier altijd behoorlijk bewolkt, het regent regelmatig een beetje, het is 28 graden en het waait altijd. We leven helemaal op na de hitte van Curaçao en Cartagena.